College Nijmegen wil door bestemmingsplan met aanvullende eisen sterker staan bij reguleren verkamering

College Nijmegen wil door bestemmingsplan met aanvullende eisen sterker staan bij reguleren verkamering

NIJMEGEN – Het Nijmeegse college wil een speciaal facetbestemmingsplan in het leven roepen om door middel van aanvullende eisen kamerverhuur beter te kunnen reguleren. Net als andere gemeentes heeft Nijmegen er moeite mee om dit op een juridisch houdbare wijze te doen op basis van de Huisvestingsverordening. Deze werd begin dit jaar nog door de rechtbank deels onverbindend verklaard.

Facetbestemmingsplan

"Met een facetbestemmingsplan kamerverhuur kunnen ruimtelijk relevante regels worden gesteld om kamerverhuur te reguleren", schrijft het college. "Hierbij kan gedacht worden aan het voldoen aan parkeereisen, voorzieningen voor fietsen, voorzieningen voor het weggooien van afval en voorkomen van mogelijke insluiting van regulier bewoonde panden (doordat aan beide zijden van een reguliere woning kamerverhuur plaatsvindt). Het facetbestemmingsplan gaat in beginsel gelden voor alle woningen waarvoor geen onherroepelijke omzettingsvergunning is verleend. Het wordt dan verboden om een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan te verkameren (met 3 of meer kamers). Het verkameren is dan alleen nog mogelijk met een omgevingsvergunning. Ook het verkameren van andere panden, bijvoorbeeld kantoorpanden, kan effectief met een bestemmingsplan worden gereguleerd door middel van een verbod op verkamering behoudens omgevingsvergunning."

Juridisch instrument

Een bestemmingsplan kamerverhuur is een juridisch stevig instrument, denkt het college. Veel gemeenten worstelen met het juridisch goed regelen van verkamering met de Huisvestingsverordening. Zo ook Nijmegen: begin 2020 heeft de rechtbank Gelderland de gemeente nog in een aantal zaken in het ongelijk gesteld en de Huisvestingsverordening deels onverbindend verklaard. "Verschillende andere gemeenten in Nederland gebruiken (mede) het bestemmingsplan om kamerverhuur te reguleren. Op basis van jurisprudentie lijkt het instrument met de kennis van nu juridisch steviger dan de Huisvestingsverordening. Overigens blijven deze instrumenten naast elkaar bestaan." Om tot een betere onderbouwing voor het reguleren van verkamering te komen, gaat het college meer inzetten op het element van schaarste op de woningmarkt.

Voornemen tijdig kenbaar maken

Om volgend jaar een facetbestemmingsplan kamerverhuur in te stellen, moet dit op tijd bekend gemaakt worden. "Op basis van jurisprudentie moet ongeveer een jaar voordat het ontwerp-facetbestemmingsplan kamerverhuur ter inzage wordt gelegd, het voornemen kenbaar worden gemaakt om voorzienbaarheid te creëren en daardoor planschaderisico’s zo veel mogelijk te minimaliseren. In het ontwerp facetbestemmingsplan, dat vervolgens ter inzage wordt gelegd, worden regels over kamerbewoning vastgelegd."

Planschadeclaims

Het risico van eventuele planschadeclaims kan zo veel mogelijk geminimaliseerd worden door voorzienbaarheid te creëren, denkt het colege. "In die zin dat voor pandeigenaren of andere rechthebbenden voorzienbaar is dat de betreffende gebruiksmogelijkheden voor kamerverhuur komen te vervallen. Als deze pandeigenaren of andere rechthebbenden, hoewel het vervallen van deze gebruiksmogelijkheden voor hen voorzienbaar was, geen concrete pogingen ondernemen om de te vervallen gebruiksmogelijkheden te benutten, dan kan aan hen bij een verzoek om tegemoetkoming in planschade passieve risicoaanvaarding worden tegengeworpen. De aanvrager moet voor het verrichten van een concrete poging wel voldoende tijd hebben. Wij hanteren daarvoor een benuttingsperiode van een jaar. Deze periode is meer dan voldoende om een concrete poging te kunnen verrichten."

Nu op radio RN7: {{ current_item.title }} {{ current_item.title }}
Straks:
{{ next_item.title }}
{{ next_item.title }}