Expositie en boek belichten plunderingen van geallieerden

Expositie en boek belichten plunderingen van geallieerden

GROESBEEK – In en rond steden als Nijmegen die in 1944 en 1945 in de frontlinie lagen, is door de Amerikanen, Britten en Canadezen veel geplunderd. Daarover werd tot voor kort niet gesproken. Nu lijkt dat taboe doorbroken: er is in het Vrijheidsmuseum in Groesbeek onlangs een boek gepresenteerd dat Bezet, bevrijd en geplunderd heet. Ook is er een expositie geopend over dit thema.

“In de afgelopen decennia weigerde hetzelfde museum een tentoonstelling over plunderingen door geallieerden”, vertelt Paul Klinkenberg tijdens een lezing over het thema in Beek. Hij is actief bij de Werkgroep Archeologie van de Tweede Wereldoorlog en schreef dit boek samen met historisch geograaf Paul Thissen en Paul van der Heijden die al veel historische publicaties op zijn naam heeft staan. Zij wilden onderzoeken waarom geallieerde soldaten juist op het grondgebied van een bevriende natie zoveel plunderden. Na de oorlog kreeg plundering weinig aandacht, want dat paste niet in ons beeld van heroïsche bevrijders. Nu, 75 jaar later, is het tijd om deze schaduwkant van de bevrijding te belichten.

Vrij spel

Het boek is mooi vormgegeven, bevat veel beeldmateriaal, is goed leesbaar en toegankelijk. In heldere bewoordingen beschrijven ze de bijzondere situatie in de regio Nijmegen. De stad lag in de frontlinie. Door de verloren slag bij Arnhem stagneerde de opmars naar het noorden en vele tienduizenden militairen leefden samengepakt in dit gebied. De burgers in de dorpen rond Nijmegen moesten verplicht evacueren. “Geallieerden hadden hierdoor vrij spel. En de gelegenheid maakte een dief. Er waren geen autoriteiten of burgers die hen voor de voeten liepen en op de vingers keken”, vertellen de schrijvers. Er waren waarschuwingen, maar er werd nauwelijks opgetreden. Klinkenberg: “Sommige militairen plunderden en stalen goederen als eten of matrassen uit noodzaak, anderen namen zilveren sieraden mee uit zelfverrijking. Een derde motief was ontlading. De soldaten verveelden zich en er werd veel gedronken.”

Geen uitzondering

“Jongens die in de burgermaatschappij altijd aardig en braaf waren geweest, gingen nu onder invloed van drank over tot plundering en zinloze vernieling. In de oorlog golden andere normen, die van de world within war.” In het boek staan veel voorbeelden van plunderingen die gedaan zijn. Zo waren uit Hotel Berg en Dal het tafelzilver, linnengoed, vloerkleden en meubilair meegenomen en de brandkast opengebroken. In een dorp als Erlecom waren vrijwel alle huizen leeggehaald en in Beek circa de helft. De schrijvers deden veel onderzoek en doken in de archieven. “De plunderingen door geallieerden blijken eerder regel dan uitzondering. In geëvacueerde gebieden struinden zij gebouwen systematisch af, vrijwel geen woning sloegen ze over. Ook fabrieken, bankkluizen en kerken waren doelwit. De omvang van de plunderingen heeft mede te maken met het grote aantal aanwezige militairen.”  

De expositie is tot en met 12 april geopend. Aan de tentoonstelling werkte onder andere ook historicus Peter van der Heijden, conservator van het Gebroeders van Lymborch Huis, mee.

Nu op radio RN7: {{ current_item.title }} {{ current_item.title }}
Straks:
{{ next_item.title }}
{{ next_item.title }}