“Het had met veel minder geweld kunnen gebeuren.” 40 jaar na de Piersonrellen

“Het had met veel minder geweld kunnen gebeuren.” 40 jaar na de Piersonrellen

NIJMEGEN – “Ik dacht: daar doe ik niet aan mee. Ik ga niet op mijn eigen volk schieten.” Aan het woord is voormalig politieagent Ton Teunissen. Precies veertig jaar na de Piersonrellen kijkt hij terug. Terwijl de politieactie bezig was, wierp een helikopter pamfletten uit met een waarschuwing: als de relschoppers met molotov-cocktails zouden gaan gooien, zou de politie met scherp op ze schieten.

Relschoppers

Het was een mededeling namens toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel. Teunissen en zijn collega’s hoefden uiteindelijk niet te schieten. Wel zaten ze middenin een situatie die op een slagveld leek. Zelf werd de politieagent op die vroege februari-ochtend in 1981 naar de Schevichavenstraat gestuurd. De relschoppers werden vanuit de Piersonstraat richting het Keizer Karelplein gedreven, en van daaruit koos een deel van hen de route via de Oranjesingel, om via de Schevichavenstraat terug het centrum in te gaan. “Ook daar gingen ze met stenen gooien,” vertelt Teunissen nu. Samen met een ME-linie moesten hij en zijn collega’s ze tegenhouden.

Tekst gaat verder onder de video.

Heel kort samengevat gingen de Piersonrellen over een gebrek aan parkeerruimte in het stadscentrum. In 1978 besloot het gemeentebestuur daarom tot de bouw van een bovengrondse parkeergarage; een goedkopere optie dan een ondergrondse garage onder Plein 1944. Nadeel was wel dat woningen aan de Piersonstraat ervoor moesten worden gesloopt. Teunissen dacht er het zijne van, vertelt hij nu: “Er was na de Tweede Wereldoorlog al zoveel stuk, en niet herbouwd, terwijl dat best had gekund. Ik dacht: je hebt een hele Wedren. Bouw daar dan iets. Maar de bestuurders stonden veel te ver af van de gewone mensen, en wat ze in de kop hadden wilden ze doorzetten.”

Waarom doe ik dit?

Ook de politieactie zelf bekijkt Teunissen kritisch. Nu, maar toen ook al. “Ik ben er zo één: ik ga dan nadenken. Het had met veel minder geweld kunnen gebeuren, en het had veel goedkoper gekund.” Ondanks zijn bedenkingen deed hij uiteraard zijn werk. Bang is hij niet geweest, maar bij die waarschuwing op de pamfletten ging hij wel weer nadenken over zijn rol. “Ik dacht: waarom doe ik dit? Sta ik hier zelf achter? Volg ik maar gewoon alle orders op? We leven niet meer in ’40-’45.”

Er waren ook collega's die over de grens gingen, denkt de oud-politieman. "Ja, daar ben ik wel van overtuigd. We zijn allemaal mensen, en er zijn er dan ook altijd bij die misschien een beetje te ver gaan door hun eigen opgefoktheid. Die denken dan niet na."

Het hert eruut

De Piersonstraat zoals die er in 1981 uitzag, bestaat niet meer. Teunissen herinnert zich de wijk als een kleine volksbuurt. “Je zag kinderen op straat spelen, stoelen voor de deur. Mensen die kletsten, samen koffie dronken, ’s avonds een flesje bier erbij.” Teunissen denkt met weemoed terug aan die tijd: “Het hert is eruut. Het wordt niet meer zoals vroeger.”

De politieactie in 1981 heeft hem gevormd als politieman. Later in zijn carrière zag hij hoe sommige collega’s omgingen met problemen in een andere volksbuurt, in Neerbosch-Oost. “Ze praatten uit de hoogte met de mensen. En ik dacht: dat moet je zo niet doen.” Hijzelf gebruikte een andere methode: "Ik loop langs het hek en zeg ‘hee, heeft u voor mij een bekske koffie?’ En dan was het zo opgelost.”

Nu op radio RN7: {{ current_item.title }} {{ current_item.title }}
Straks:
{{ next_item.title }}
{{ next_item.title }}