Nijmeegse Kennis: rijkeluiszoontjes op reis

Nijmeegse Kennis: rijkeluiszoontjes op reis

NIJMEGEN – Honderden wetenschappers zijn aan de Radboud Universiteit of Radboud UMC bezig met hun promotieonderzoek. In de serie Nijmeegse Kennis vertelt iedere zaterdag een promovendus over het eigen onderzoek.

Deze week: Wat kunnen we leren van oude reisverslagen?

Zo’n veertig archieven heeft promovendus Alan Moss bezocht, op zoek naar reisverslagen uit de 17e eeuw. Moss: “Die zijn natuurlijk handgeschreven, dus je moet enige vaardigheid hebben om het goed te kunnen lezen. Het zijn dagboeken: er staat heel specifiek uitgelegd wat ze zien en tegenkomen in bijvoorbeeld Florence of Rome.”

Werken aan je CV

De verslagen gaan over reizen die we Grand Tours noemen. “In die tijd was het gebruikelijk dat de elite van Nederland voor één of meerdere jaren op een zogenaamde Grand Tour ging: een lange en vooral ook heel dure reis naar Italië, Frankrijk, Zwitserland, of Engeland,” vertelt Moss. Het ging dan om jongens van 18, 19 of 20 jaar oud, voor wie vanwege hun welgestelde afkomst al een gouden toekomst klaarlag. Toch werden ze door hun ouders op reis gestuurd om zich te ontwikkelen. De reizen hadden een educatief doel. Ze leerden andere talen, maar ook typisch elitaire vaardigheden zoals paardrijden, schermen en stijldansen. Ook was het de bedoeling om te leren van andere culturen.

De vaardigheden die de jongens op reis leerden zouden later van pas komen in hun carrière, bijvoorbeeld als diplomaat of bestuurder. Het was dus eigenlijk een manier om aan je CV te werken. Moss: “En het was de bedoeling dat je heel veel kunst verzamelt, boeken koopt, waar je dan bij thuiskomst mee kunt pronken.”

'Rare Katholieken'

Door de verslagen erop na te slaan, kunnen we veel leren over het elitaire leven van die tijd, maar Moss is vooral geïnteresseerd in de confrontatie die de jongelingen aangingen met het onbekende: “Ik wil weten hoe het voor deze mensen was om voor het eerst de landsgrens over te gaan; om de eigen comfort zone te verlaten en geconfronteerd te worden met andere culturen, gebruiken, en religies.”

De grootste confrontatie van de jonge Nederlandse calvinisten was misschien wel die met het katholieke geloof. “Ze reageerden daarop met spot, kritiek, een vleugje humor, en met scepsis.” Moss noemt het voorbeeld van Johannes Lieshout, een Amsterdamse boekdrukkerszoon, die in 1652 een abdij in Rome bezocht. Het verhaal ging dat daar een apostel was onthoofd, dat het hoofd daarna drie maal de grond had geraakt, en dat er daardoor drie verschillende fonteinen opkwamen: één van bloed, één van water, en één van melk. “Die jongen ging er naartoe, proefde de fonteinen, en constateerde droogjes: het is gewoon water. Dus rare katholieken, stel je niet aan.”

Beluister hier het hele interview met Alan Moss. Tekst gaat daaronder verder.

Door dit soort confrontaties werd de eigen identiteit versterkt. Toch was het óók de bedoeling dat de reizigers wereldburger werden door de reizen, en dat ze dus zouden leren van andere culturen. “Maar,” zegt Moss, “ouders maakten zich er ook ontzettend druk om dat hun zoon ‘verfranst’ of ‘verwijfd’ terugkomt. Vanuit hun idee dat je daar in Frankrijk maar rare maniertjes leert, en dat was niet mannelijk, en dat hoort niet, hier in Nederland.”

Niet voor meisjes

In tegenstelling tot zonen kregen meisjes niet zo’n dure reis van hun ouders, vertelt Moss: “Pas in de tweede helft van de achttiende eeuw zie je de eerste Nederlandse vrouwelijke Grand Tourist. Er werd gevreesd dat vrouwen dit niet aan zouden kunnen. Je moest allemaal gevaren trotseren: je moest de Alpen over, er waren bandieten en struikrovers. De gedachte was dat dat allemaal niet voor vrouwen was weggelegd.”

Alan Moss hoopt dit voorjaar te promoveren.

Nu op radio RN7: {{ current_item.title }} {{ current_item.title }}
Straks:
{{ next_item.title }}
{{ next_item.title }}