Wijchen komt aanbieders Wmo en Jeugdhulp, huishoudelijke hulp en doelgroepenvervoer tegemoet

Wijchen komt aanbieders Wmo en Jeugdhulp, huishoudelijke hulp en doelgroepenvervoer tegemoet

WIJCHEN – De gemeente Wijchen treft maatregelen om aanbieders van Wmo en Jeugdhulp tegemoet te komen gedurende de coronacrisis. Aanbieders van huishoudelijke hulp mogen tijdelijk uren declareren die met een ander soort ondersteuning ingevuld worden als normaal. Ook het doelgroepenvervoer en leerlingenvervoer, dat stil is komen te liggen, kan deels gecompenseerd worden.

Tijdelijke noodmaatregelen

‘Het coronavirus heeft veel gevolgen voor inwoners, instellingen, ondernemers en werknemers’, zegt het college. ‘Het Rijk doet, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten om de aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Aanbieders hebben dat nodig om in deze fase van de crisis continuïteit van zorg en ondersteuning te kunnen garanderen en professionals in te zetten daar waar ze het nu het meest nodig is. Voor de zorg en ondersteuning op grond van de Wmo en Jeugdwet en voor het doelgroepenvervoer zijn tijdelijke declaratierichtlijnen opgesteld. Het zijn tijdelijke noodmaatregelen gericht om de normale declaratieweg zoveel mogelijk te bewandelen.’

Wmo en Jeugd: meer uren mogelijk

De gemeente Wijchen maakt het tijdelijk mogelijk om meer uren begeleiding te bieden voor Wmo en Jeugdhulp. Dit kan nodig zijn, denk het college. ‘In deze coronacrisis kan het voorkomen dat cliënten snel meer begeleiding vanuit de Wmo of de Jeugdwet nodig hebben. Bijvoorbeeld doordat de spanning oploopt omdat de kinderen niet meer naar school of naar de opvang gaan.’ Het Sociaal Wijkteam gaat beoordelen of in deze situaties meer uren begeleiding ingezet moeten worden.

Huishoudelijke hulp: alternatieve invulling mogelijk

Aanbieders van huishoudelijke hulp mogen tijdelijk ook uren declareren die op een andere manier dan gebruikelijk besteed worden. ‘De gevolgen van het coronavirus op de dienstverlening zijn merkbaar’, zegt het college. ‘Enerzijds komt bij aanbieders de medewerkerscapaciteit in het gedrang doordat medewerkers zich sneller ziekmelden op basis van de aangescherpte maatregelen. Anderzijds bellen cliënten uit voorzorg de dienstverlening voor een geruime tijd af. Aanbieders kunnen naast de geleverde uren hulp bij het huishouden ook de alternatief geleverde uren declareren, mits de declaratie past binnen de huidige indicatie. Zij mogen flexibel omgaan met de wens van de cliënt als die een andere zorgbehoefte heeft op dit moment. Dit betekent dat de indicatie bijvoorbeeld ook besteed mag worden aan eenzaamheidsbestrijding, boodschappendienst en ophalen van medicijnen en/of post.’ Waar nodig beoordeelt de gemeente na afloop van de crisis of en welke aanvullende maatregelen richting aanbieders noodzakelijk zijn om eventueel omzetverlies te compenseren.

Doelgroepenvervoer en leerlingenvervoer: 80 procent compensatie

Voor het doelgroepenvervoer en leerlingenvervoer wil het college uitgevoerd vervoer betalen volgens reguliere afspraken en onder voorwaarden maandelijks een voorschot aan vervoerbedrijven over te maken ter hoogte van 80 procent over uitgevallen vervoer. De brancheorganisatie KNV deed hiertoe een oproep, omdat het ernaar uitziet dat er geen beroep kan worden gedaan op compensatiemaatregelen vanuit het Rijk. ‘Als direct gevolg van coronamaatregelen is het doelgroepenvervoer van Avan en het leerlingenvervoer nagenoeg stil komen te liggen’, schrijft het college. ‘Er wordt enkel nog gebruik gemaakt van dit vervoer wanneer dit daadwerkelijk noodzakelijk is. De omzet voor gecontracteerde vervoerbedrijven is daarmee vrijwel volledig weggevallen. Deze bedrijven dreigen hierdoor in acute financiële problemen te komen, waardoor op korte termijn faillissementen in het vooruitzicht staan.’

Risico’s van de regelingen

Het college roept aanbieders op geen misbruik te maken van de regelingen. ‘Het risico op hogere uitnutting van de indicatie ontstaat. Dit risico wordt (deels) opgevangen door het feit dat, bij dagbesteding als voorbeeld, reeds ingeroosterde dagdelen mogen worden gedeclareerd. Daarnaast roepen wij de zorgaanbieders op om gedurende deze periode van tijdelijke maatregelen niet méér te declareren dan gangbaar was in de afgelopen maanden. Dit wordt achteraf gecontroleerd door gemeenten. De extra vergoedingen hebben het karakter van liquiditeitsvoorschotten en zijn niet aan te merken als schadeloosstelling. In principe zijn deze voorschotten dus terugvorderbaar. De discussie of omzetting in een schadeloosstelling dient plaats te vinden, zal na afloop van de maatregelen gevoerd moeten worden. Mocht een bedrijf in de tussentijd failliet gaan, dan zal dat niet meer mogelijk zijn.’

Dion van Alem
Politiek verslaggever

Nu op radio RN7: {{ current_item.title }} {{ current_item.title }}
Straks:
{{ next_item.title }}
{{ next_item.title }}